.





Bericht van Grandchamp 2009

“Discipel zijn en worden”
















“Wat zoeken jullie?”


    De eerste woorden van Jezus in het Johannes-evangelie. Een vraag en allereerst een blik op de twee discipelen van Johannes de Doper die Hem zwijgend volgen. “Wat zoeken jullie?”  En zij antwoorden: “Rabbi, waar woont U”? – “Kom maar mee, dan zul je het zien”, zegt Jezus. Een uitnodiging die hun hele leven verder zal bepalen.

    “Wat zoeken jullie?” Die eenvoudige woorden raken ieder van ons in ons zoeken naar de zin van ons leven, in het diepste verlangen van het menselijk hart. “Wat zoeken jullie?” De vraag spoort aan tot zoeken, verdiept het verlangen, wendt ons naar een Gelaat, naar Jezus die ons eens heeft gezien zoals Nathanaël; “Ik heb je gezien”, en zo zijn wij op weg gegaan.

    “Wat zoeken jullie?” Een vraag die helder terug te vinden was in het thema dat wij hadden gekozen voor ons Conseil en als leidraad voor het komende jaar: Discipel zijn en worden. Het herinnert ons er aan dat Christus ons geroepen heeft en waarvoor we willen danken; ook willen we in ons laten doorklinken wat het betekent in de wereld van vandaag discipel te zijn. En als we dat al zijn, zullen we toch altijd bezig blijven het te worden. Altijd moeten we weer opnieuw beginnen.

    Wij worden pas echt discipelen als we dag na dag met Jezus op weg gaan. Hem volgen opent onze ogen voor het onverwachte en beschermt ons niet voor beproevingen. Jezus’ gedrag verbaast vaak de eerste discipelen en verandert hen drastisch in hun manier van zien en van denken. Ze moeten aanvaarden dat zij de gebeurtenissen niet kunnen bijhouden, dat zij geconfronteerd worden met hun eigen beperkingen en angst. Ze worden in hun geloof op de proef gesteld, zozeer dat zij noch begrijpen waar Hij hen heen brengt, noch langs welke weg. En toch gaan ze steeds verder.

    Voor ons gaat het erom, net als voor hen, dicht bij Jezus te blijven, naar Hem te luisteren en te kijken hoe Hij leeft, zich terugtrekt op een eenzame plaats, open is naar armen, zieken, verstotenen en kinderen, en zien hoe hij met onbegrip, afwijzing en lijden omgaat. Discipel worden is leren van Christus die zachtmoedig en nederig van hart is, die zich nooit opdringt en niemand veroordeelt. Het betekent leren onszelf van Hem te ontvangen, zoals Hij zich van de Vader heeft ontvangen en ons leven door de Heilige Geest geleidelijk laten vormen naar dat van Jezus, ons laten opnemen in zijn blik van medelijden, in zijn daden, in zijn stilte ...

    Op weg zijn met Christus betekent steeds ontvankelijk zijn voor de gave van gemeenschap, een Aanwezigheid, een Liefde, die het kwaad niet vasthoudt en steeds nieuw leven schenkt. “Heb je Mij lief?” De laatste vraag van de Opgestane aan Petrus op de oever van het meer van Galilea waar alles begonnen was. Wat een weg voor deze discipel met zijn opvliegende karakter en zijn spontaniteit, en vaak, net als de anderen, de houding en intenties van Jezus en zijn ware roeping niet begrijpt!

    Pas na de pijnlijke ervaring van zijn zwakheid en verloochening van Jezus, werd hij opnieuw geboren in het licht van Pasen, als de Opgestane hem ziet: “Heb je Mij lief?”  Een blik van oneindige goedheid die Petrus treft in zijn diepste binnenste en het verborgen verlangen van zijn hart onthult. “Heer, U weet alles, U weet toch dat ik van U houd.” Dan hoort hij opnieuw de oproep die hem ver te boven gaat tot een totale overgave: “Volg Mij!” Een oproep die altijd nieuw is, in elke levensfase. De Opgestane gaat met ons mee en, door de kracht van de Heilige Geest helpt Hij ons staande te blijven, als de verleiding opkomt het evangelie aan te passen aan onze menselijke vermogens. In elke onvermijdelijke “doortocht” gaat Hij met ons mee.

    Hoe kunnen we ons oefenen met geloof te kijken naar ons leven van elke dag, de wereld van vandaag met al zijn uitdagingen, de kerk met al haar vraagtekens? God werkt. In dat vertrouwen laat Hij zijn licht schijnen over de vragen die ons bezig houden. Bijvoorbeeld over het ouder worden, een realiteit waar de meeste communiteiten mee te maken hebben, en de krachten die minder worden, terwijl er steeds meer een beroep op ons wordt gedaan. Wat verwacht Hij van ons? Net als iedereen vandaag moeten wij de werkelijkheid aanvaarden, met de onzekerheid die daarmee gepaard gaat en die ons uit het evenwicht kan brengen. Echter zonder te zwichten voor de verleiding op de toekomst vooruit te lopen. Aanvaarden op weg te gaan met open vragen, zonder het doel van de weg te kennen. Door er mee in te stemmen komen nieuwe krachten vrij, wordt een nieuwe creativiteit gestimuleerd die het dagelijks leven vereenvoudigt en ons openstelt voor andere vormen van delen en samenwerken met anderen. God wacht op ons in het nu en in het nu leren wij ons leven te geven, lief te hebben ... om samen een teken te zijn, hoe klein ook, van de liefde waarmee Hij ons bemint, van een gemeenschap die voor iedereen openstaat. “Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.” (Johannes 13,35)

    Zo is ons zoeken niets anders dan samen verder gaan in navolging van de Opgestane, het weinige dat wij hebben en dat wij zijn, aanbieden in het vertrouwen dat een Ander werkt en dat dàt voldoende is, hoe weinig het ook is. Als wij maar verder gaan, met vele anderen, bekenden en onbekenden, dichtbij en veraf, met mensen die soms door hun inzet voor recht en voor vrede in gevaarlijke situaties verkeren. En we steunen elkaar  door te bidden en te delen en door de geest van de Zaligsprekingen diep  in ons te laten doordringen:

        de vreugde die de wereld zo nodig heeft
            de eenvoud die het leven licht maakt
                de barmhartigheid die het hart ruim maakt.

Zuster Pierrette


 
    Het Bericht van Grandchamp heeft deze keer een ander gezicht. Wij geven het woord aan Zr Regina die een reis naar R.D. Congo heeft gemaakt, aan Renaud en Sang Wha, die een tijd volontaires zijn geweest, en aan Zr Françoise naar aanleiding van het 10-jarig bestaan van de Interreligieuze Dialoog in Neuchâtel.
Een kleine bloemlezing uit de vele gebeurtenissen van dit jaar.


Reis naar Noord Kivu (Congo)

    Zusters uit andere culturen ontvangen, is een uitnodiging om hun land te ontdekken. Dat was de reden voor Zr Regina, die de nieuwe zusters begeleidt, om in het voorjaar een reis naar R.D. Congo te maken om met Zr Mariane haar familie in Noord Kivu te bezoeken. Tien dagen vol intense belevenissen en ontmoetingen.

    “Na een lange vliegreis kwam ik aan in Butembo, (Democratische Republiek van Congo). Wat meteen opvalt zijn de militaire kampen, net als in Bunia, wat erop wijst dat dit land nog steeds in oorlog is, een oorlog die op genocide lijkt, vooral in Noord Kivu. Tijdens heel mijn verblijf werd ik geconfronteerd met de schoonheid en vruchtbaarheid van dit land en met het diepe leed van deze verwoeste en uitgebuite aarde.
    Zr Mariane, haar familie, haar oom die predikant is en speciaal uit Goma is gekomen, Zr Emmanuela M’Bake van de Oblates de l’Ássomption, Eve-Evelyne en haar zus Jeanne... allen waren aanwezig om mij te begroeten. De ontvangst was warm en hartelijk, naar Afrikaanse gewoonte. Wij zullen dat talloze keren meemaken in deze 10 dagen met vele uitnodigingen om te blijven eten! Net zo hartelijk was de ontvangst door de moeder en broers en zusters van Eve-Evelyne.
    Een vriend van Zr Mariane, die vader is van 9 kinderen en ook nog zorgt voor 3 kinderen van zijn broer, zei tegen mij: “God zegent de vrouwen van Congo met zoveel kinderen”. Veel families nemen nog andere kinderen in huis om ze de mogelijkheid te geven naar school te gaan. Het maakte op mij een diepe indruk. “Het betekent niets, zuster, het is gewoon de Afrikaanse solidariteit”, zei de zus van Zr Mariane me, die zelf ook een aantal jonge mensen in huis heeft. Ook bij haar moeder zijn drie meisjes die nog naar school gaan.
    s’Morgens en s’avonds hoor je de tam-tam en het zingen en bidden in de huizen. Je zou bijna zeggen dat de Congo één groot klooster is! Wij hebben een dienst bijgewoond die vol hartstocht en vuur was. Een predikant sprak over het geven: “Het is door te geven dat men ontvangt, zo is de wet van de Geest”. Wat een les: geven zonder berekening, zelfs als men niet genoeg heeft voor zijn eigen gezin. Herhaaldelijk moest ik denken aan de arme weduwe uit het evangelie die van haar armoede gaf.
    We hebben predikanten en ouder–lingen ontmoet met wie we spraken over het monastieke leven in de protestantse traditie. In de Baptistenkerk in Congo zijn vrouwen die zoeken naar een vorm van gemeenschappelijk leven en gebed.
    Met de familie van Zr Mariane brachten we een bezoek aan een gebied bij Butembo met grote kuddes koeien en schapen. Een onvergetelijke ervaring. “Je hoeft maar te planten en het groeit vanzelf”, zegt de eigenaar ons. De schoonheid van de heuvels, de vruchtbare grond, de bananenbomen, doen bijna vergeten dat deze aarde doordrenkt is met het bloed van onschuldige mensen. Opstandelingen hebben op een avond de huisjes van de kleine boeren in brand gestoken. Zij roofden hun schamele bezittingen en ontvoerden de kinderen tussen 8 en 12 jaar. Nu probeert men de kindsoldaten, zowel jongens als meisjes, naar school te laten gaan en opnieuw te integreren. Een jonge Congolees, die voor een NGO werkt, zei ons dat het een zware opgave is en, in de ogen van een bepaalde Europese mentaliteit zinloos, want men ziet geen resultaat; de opstandelingen komen vaak terug om de kinderen weer mee te nemen. De mensen die dit werk doen zien dit gewoon als een eenvoudige daad van menselijkheid en solidariteit. Families en dorpen willen echter deze kinderen niet meer, zij zijn zelfs bang voor hen omdat ze, onder invloed van drugs, zelf verschrikkelijke gewelddaden hebben begaan en ondergaan.
    Een andere keer bezochten we de Kleine Zusters van Jezus in Ouicha, ongeveer 80 km van Butembo. Zr M’Bake en een nicht van Zr Mariane gingen met ons mee. Lange rijen van vrouwen en mannen met zware lasten op hun hoofd durven weer langs de weg te lopen om hun producten te verkopen. De fraterniteit van de Kleine Zusters lag vroeger aan de rand van het bos waar de Pygmeeën woonden. Nu is het een dorp dat zich enorm uitbreidt. De Pygmeeën hebben zich verder in het bos teruggetrokken, maar ze komen de zusters nog altijd opzoeken.
    Vanuit het opstijgende vliegtuig dat ons naar Zwitserland terug brengt, zien Zr Mariane en ik hoe Butembo zich uitbreidt en een grote stad wordt. En terwijl wij over het uitgestrekte oerwoud en de grote meren vliegen, kijk ik een laatste keer naar deze zo rijke aarde… die zoveel begeerte opwekt.
    Deze reis was een diepe ervaring: mijn hart heeft zich verruimd en is wat universeler geworden. Ik kan me nu beter voorstellen hoe het leven en de situatie in Congo is, een werkelijkheid die nu deel uitmaakt van de Communiteit in de persoon van Zr Mariane.”

Zr Regina


Volontaires in Grandchamp

In de loop van dit jaar hebben we weer een groot aantal volontaires ontvangen, mannen en vrouwen heel verschillend in leeftijd en land van herkomst. Hun aanwezigheid, hun zoeken naar God en hun vragen verbreden onze horizon en bepalen ons weer tot het wezenlijke: zij zetten ons er toe aan te laten zien, door onze manier van leven, wat “samen zijn” betekent. De gave van gemeenschap wordt concreet in het iedere dag delen van gebed en werk. Hun waardevolle, onmisbare hulp maakt het ons mogelijk door te gaan met een ruime ontvangst. Het is altijd weer een rijke ervaring, zowel voor hen als voor ons!

    “Ik doe mijn ogen dicht en in de stilte laat ik de vele momenten die ik in Grandchamp heb doorgebracht weer in me opkomen. Er komt een glimlach op mijn gezicht en een gevoel van vrede in mijn hart. Graag wil ik alles samenvatten met de woorden van de profeet Jesaja: “Kom mee, laten wij leven in het licht van de Heer” (Jesaja 2,5).
    In een periode waarin ik op zoek was naar mijn weg, kreeg ik de kans om als volontair  in Grandchamp mee te leven. Een plek die voor mij vertrekpunt, pleisterplaats en plaats van aankomst zou worden. Een pelgrimage om God te ontdekken, het gebed en het monastieke leven.
    In mijn leven een tijd inruimen om God alle plaats te geven, is voor mij een zegen geweest. Met verwondering heb ik ervaren dat het waar is wat Jacobus schrijft: “Nader tot God, dan zal Hij tot u naderen” (Jacobus 4,8).
    Leven in het ritme van de dagelijkse gebeden, zich voeden met de stilte, in gemeenschap de eenzaamheid ontdekken, het leven van de communiteit, het werk en de maaltijden delen en, de begeleiding van een zuster, die naar je luistert en met wie je van gedachten kunt wisselen: het heeft mij allemaal enorm veel geschonken en geleerd en vooral geholpen mezelf niet te verliezen in het vele dat het geloof biedt
    Ook de mogelijkheid om de Stille Week mee te maken, stap voor stap naar het licht van Pasen, was voor mij een unieke en diepe ervaring. In de stilte, met hart en geest in God, heb ik voor het eerst in mijn leven heel diep de vreugde van de opstanding ervaren.
    In Grandchamp heb ik ook ontdekt dat de Schepper werkelijk in zijn schepping aanwezig is. De wandelingen langs de Areuse naar het meer, de zonsopgang, de natuur en het zingen van de vogels waren voor mij een bron van inspiratie. En met dankbaarheid denk ik aan een ervaring aan de oever van het meer waar op eens een gedachte door me heen schoot en die ik heb opgeschreven: het water slijpt beetje bij beetje de stenen, de liefde van God slijpt beetje bij beetje de harten. “

Renaud, 23 jaar

    “Met veel vreugde en grote dankbaarheid denk ik ik terug aan mijn tijd in Grandchamp … en aan de aanwezigheid van Zr Lucie-Martine bij mijn bevestiging als predikante, dit voorjaar, in de Korean Evangelical Holiness Church, waar vrouwen pas sinds 2005 tot het ambt van predikant worden toegelaten.
Voor mijn bevestiging als predikante, werkte ik 16 jaar in Seoul als evangeliste. Uitgeput door jarenlang hard werken, leefde ik op de rand van een depressie: twijfel, spijt, verwijten, droefheid …
    Op een dag liet een vriendin mij een foto zien van een klooster in Zwitserland. Het was een mysterieuze ervaring hoe die afbeelding mij trof en mijn hart sneller deed kloppen. Zo kwam ik er toe naar het voor mij onbekende Grandchamp te gaan. Ik kwam net aan het begin van de veertigdagentijd aan. Het voelde meteen goed, alsof ik thuiskwam. Onderaan de trap naar de kapel van de Arche hing een plaat, geschilderd door een Koreaanse vrouw: Christus die de wereld in zijn handen draagt. Het was alsof Hij op mij had gewacht. Tijdens die veertigdagentijd en met begeleiding van een zuster, ben ik – niet zonder tranen - de weg terug gegaan naar God, zoals de verloren zoon dat deed. Uiteindelijk kon ik in vol vertrouwen zeggen: ik ben een kind van God. Door deze weg van genezing werd ook de relatie met mijn moeder hersteld, die 25 jaar geleden was overleden en kon ik ook weer de plaats in mijn hart terugvinden waar God altijd is. Opnieuw hoorde ik zijn stem en kon ik met de psalmist zeggen: “U was het die mijn nieren vormde, die mij weefde in de buik van mijn moeder. Ik loof u voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan ” (Ps 139,13).
    Na deze bijzondere ervaring van negen maanden in Grandchamp, heb ik mijn ambt weer kunnen opnemen. Vlak voor mijn bevestiging ben ik even terug–geweest om de lucht weer in te ademen van de plaats waar ik opnieuw werd geboren. Een heilige plaats in mijn hart, die mij zeker zal helpen om – ondanks mijn klein geloof - stand te houden in moeilijke situaties in de kerk en waar het voor vrouwen vaak zo moeilijk is om hun plaats te vinden.”

Sang Wha, 50 jaar


Interreligieuze Dialoog in Neuchâtel:

“Het feest van vriendschap”.

    “Er heerste een zekere bedrijvigheid op het plein van Grandchamp, die morgen van de 7e juni, als de eerste deelnemers binnenkomen voor het feest van de Interreligieuze Dialoog van Neuchâtel. Hier en daar beginnen groepjes mensen met allerlei voorbereidingen. Aan een tafel zijn meer dan acht mensen - boeddhisten, joden, christenen - bezig groente en vruchten schoon te maken… en voeren samen een levendig gesprek! Voordat met het koken van de soep kan worden begonnen, moet de geestelijk leider van de synagoge van La Chaux-de-Fonds eerst onze keuken en onze pannen ‘kosher’ verklaren. Van boeddhistische kant is men bezig een ruimte in te richten voor de theeceremonie, waarvoor later veel belangstelling is. Een paar mensen van Bahai nemen de meegebrachte lekkernijen in ontvangst en maken de tafel klaar voor de interculturele maaltijd, terwijl een orkest onder leiding van dirigent François Lillienfeld Klezmer muziek repeteert (Oost-europese muziek uit de Joods-Ashkenazische traditie).
    De Arche beleefde een bijzondere dag waarop muzikale intermezzo’s een forum-discussie en een toespraak van Denis Müller (“Op weg naar een gemeenschappelijke ethiek”) afwisselen. Daarnaast was er tijd en ruimte voor  meer persoonlijke ontmoetingen.
    Deze eerste openbare bijeenkomst van de Interreligieuze Dialoog van Neuchâtel, waarin alle in het Canton aanwezige religies zijn vertegenwoordigd (boeddhisten, joden, moslims, bahai en christenen) was indrukwekkend door zijn grote verscheidenheid en verrijkend zowel op cultureel als op menselijk niveau.
    Ter afsluiting van deze feestdag had de Communiteit de deelnemers uitgenodigd voor het avondgebed. Ook het orkest speelde mee. Het was heel bijzonder om in aanwezigheid van mensen met zo’n verschillende religieuze achtergrond het avondgebed te bidden. Het leek wel alsof het dak van de Arche open was en de vreugde van de Eeuwige binnen stroomde en de ruimte vulde, en vast en zeker daardoor ook elders in de wereld.
    Meer dan vijftig jaar geleden zijn zusters naar Israël, Algerije en Libanon gegaan om in kleine fraterniteiten te leven en om concreet vorm te geven aan het verlangen open te zijn voor de joodse wortels van ons geloof en voor de wereld van de islam.
    In onze huidige multiculturele samenleving is het belangrijk om in ons gezamenlijk zoeken naar gerechtigheid en vrede in de wereld, naar actieve geweldloze weerbaarheid, sterke vriendschapsbanden te weven tussen alle mensen die het goddelijke zoeken.
    De interreligieuze dialoog maakt ons kwetsbaar maar stimuleert ons ook. Gebeden en spirituele teksten uit andere religies kunnen ons verrassen, verdiepen, en ons de ernst en de diepte van ons eigen gebed opnieuw doen ontdekken. Het verruimt zelfs ons gebed en geeft er een nieuwe kleur aan. Het is dit samen zoeken naar God, dat de wereld draagt.”
 
Zr Françoise




Een wijde horizon…

    … van het leven van elke dag en dat vaak zo gewoon is, en toch ook ongewoon en kleurrijk vanwege de vele banden van gemeenschap, dichtbij en ver weg, zichtbaar en onzichtbaar – banden van vriendschap en solidariteit. Verwondering en grote dankbaarheid vervullen ons. Voor uw gebed en steun danken wij u uit het diepst van ons hart!

    Dat het ons allen in deze Adventstijd geschonken mag worden het aangezicht te ontmoeten van Hem die tot ons komt in de nederigheid en armoede van de kribbe van Bethlehem: Vredevorst!.

    Wij wensen u allen een vreugdevol Kerstfeest en een gezegend Nieuwjaar!


De Zusters van Grandchamp






 

Communauté de Grandchamp
Grandchamp 4

2015 Areuse

Suisse

 

www.grandchamp.org
___________________________

Stichting Vrienden van Grandchamp
Gironummer 4249166