Er komt een vriend bij me op bezoek. Hij woont in een afgelegen vallei, zonder internetverbinding. Ver van de drukte van de grote stad bewerkt hij het land in zijn vrije tijd. Hij is arts. Hij zoekt me op omdat vrienden hem uitgenodigd hebben om hun gemeenschapsleven te komen delen. Daarvoor zou hij zijn huis en land moeten verkopen. Mijn vriend vraagt me of het niet beter zou zijn zich voor te bereiden op het naderende einde van onze wereld. Is het verstandig om het platteland, waar je helemaal zelfvoorzienend bent, te verlaten? In de stad zal hij afhankelijk zijn van wat er voorradig is, hij kan geen eigen voorraad meer opbouwen. Ik antwoord hem dat morgen niet het einde is. Het einde is vandaag. Ik antwoord hem dat volgens mij het leven in gemeenschap meer inhoudt dan het waanidee van autonomie. Het gemeenschapsleven is gebaseerd op vertrouwen. Als God niet dagelijks ons vermogen tot liefhebben vergroot, zijn we verloren. Dan zou de gemeenschap snel instorten. Leven in gemeenschap roept steeds weer op om te schuilen bij God. Leven in gemeenschap is de school van het vertrouwen. Ik zeg tegen mijn vriend dat het beter is vertrouwen te hebben dan zich te laten leiden door angst voor een imaginaire catastrofe. Het afslaan van een mooie uitnodiging om in gemeenschap te leven, wil zeggen dat je het beste geneesmiddel tegen angst afslaat. Jezus zegt: “deze generatie zal voorbij gaan”. Het einde is er elke dag. Het einde is er wanneer een groep toeristen een eiland bij Nieuw-Zeeland bezoekt als er zich een vulkaanuitbarsting voordoet. De hulpverleners hebben er niemand terug gevonden. De tekenen zijn er als koptische christenen bijeen komen voor een viering, altijd onder bedreiging van een islamitische terreurdaad. Men beleeft de eindtijden als militaire uitgaven een nieuw record bereiken: op wereldniveau 420 miljard dollar in 2018. Een verhoging van bijna 50% vergeleken met 2002. Het einde is er als een storm me omver blaast en ik door angst word gegrepen. Het einde is er tijdens een zware, sombere avond en wanneer een vriend me de rug toekeert. Het einde is er overduidelijk als een jonge vrouw onthoofd wordt en een oude man afscheid moet nemen. Het einde van mijn wereld is er als mijn herinneringen voor altijd verdwijnen en de hoop van een jonge man teniet wordt gedaan. Media vita in morte sumus – de dood staat midden in ons leven. Morgen is niet het einde, het is vandaag. Tegenover dit altijd aanwezige einde staat, midden in onze tekst, deze prachtige oproep: “Richt je weer op en hef je hoofd, want je redding is nabij”. Deze redding wordt gebracht door het kruis zoals door Hem is aangekondigd. Niets blijft zoals het was. Hij is het begin van de nieuwe schepping waarover Paulus praat in zijn brief aan de Romeinen. Wij zijn inwoners van het Rijk der hemelen dat in Jezus is begonnen, want hij is het Rijk van God. Wij zijn geroepen om met opgeheven hoofd te leven, want wij zijn kinderen van de opstanding. Als Christen met opgeheven hoofd leven: dat wil zeggen, inzetten op de liefde die de redding is van degenen die omkomen van angst voor het onheil in de wereld dat constant door de media wordt aangekondigd. Jezus zegt: “ Hou je hoofd hoog in deze wereld die verscheurd wordt door haat, schreeuwend onrecht, en de machten van het kwaad. Ik ben aan jullie zijde. Ik heb de dood en de wereld overwonnen (Joh 16, 33). Hij is het Woord van God dat nooit voorbij gaat, uitgesproken op het moment van de schepping. Wij wachten vol ongeduld op hem. Hij is het die ons kan helpen te leven met ondraaglijke tegenstellingen waardoor onze tijd wordt gekenmerkt. Vanavond gaat hij niet ongemerkt voorbij. Hij is aanwezig in het brood en de wijn. Voortaan is hij voortdurend aanwezig onder de mensen van deze wereld. Amen [1] Economist Espresso du 9.12.19 [2] Selon Hanns Dieter Hüsch