Lucas 1,26-38

God heeft de wereld niet geschapen en daarna vergeten.
God heeft de wereld geschapen en blijft zich ervoor interesseren.
Hij heeft een bedoeling met deze wereld.
Want deze wereld is niet af, hij is niet volmaakt.
Hij heeft zich ontwikke ld, hij is steeds complexer geworden, maar hij weet niet hoe om te gaan met deze complexiteit.
Het doel dat God heeft met deze wereld en met zijn schepping is dat deze in al zijn verscheidenheid en complexiteit in harmonie kan bestaan.
God heeft een project: een koninkrijk van de vrede.
Wij noemen dit ‘project’ van hem het Koninkrijk van God.

Maar God weet dat hij dit project niet alleen voor elkaar krijgt.
Het is te ingewikkeld.
En de meest complexe wezens, degenen die het niet lukt om met zichzelf en hun omgeving in harmonie te leven, dat zijn de mensen.
God heeft mensen nodig om zijn koninkrijk te verwezelijken.
Dat is het verhaal van het kerstfeest.
Een beslissende stap in dit project van zijn koninkrijk is het aanstellen van een koning.
Maar om deze koning op aarde geboren te laten worden, heeft hij Maria nodig.
Je zou aan iemand anders kunnen hebben gedacht.
In de eerste plaats aan een man, die zijn naam overdraagt en die een dynastie legitimiteit geeft.
God had zich tot de koning kunnen wenden die in die tijd aan de macht was.
God had Herodus kunnen kiezen, die in goede doen was en veel belangrijke mannen kende. Hij had goed contact met Caesar, hij wist van wanten, hij had Jezus de kennis kunnen overdragen om het koninkrijk efficient te realiseren.
En misschien zou het al bestaan, als hij Herodus had gekozen.
Of een priester. Iemand die de wetten van God kende en voldoende opleiding en kennis had om een koninkrijk naar Gods wil te stichten, zoals Zacharias bijvoorbeeld.
God heeft hem gekozen om vader van Johannes te worden, maar hij had hem ook als vader voor Jezus kunnen kiezen, hij had Jezus volgens de Joodse traditie kunnen opvoeden. Dan was hij misschien minder aanstootgevend geworden.
Maar hij koos Maria, een jong meisje zonder ervaring, die in een klein, afgelegen dorp woonde, onbelangrijk, onbekend.
Misschien wel omdat zij geen belangen had, geen verwachtingen, geen ervaringen waardoor zij al gevormd was. Zij is daardoor ontvankelijk voor het nieuwe koninkrijk. Omdat zij als mens een onbeschreven blad was, kon zij eenvoudigweg de wil van God toelaten omdat hij niet botste met persoonlijke belangen of interpretaties vanuit de synagoges en de kerken.
God stuurde dus zijn engel Gabriel naar deze Maria, de jonge maagd uit Nazareth. Hij begroette haar en dat maakte haar bang.
De verschijning van de engel verbaasde haar niet, en ik denk ook niet dat de nabijheid van de almachtige God haar bang maakte. Daarvan werden Mozes op de berg Sinai en Petrus bij de wonderbaarlijke visvangst ook niet bang van.
Zij werd bang omdat de engel haar aansprak.
God was geinteresseerd in dit kleine meisje uit Nazareth.
We willen ons allemaal wel door God uitverkoren voelen.
We willen allemaal de diepe overtuiging hebben dat God van ons bestaan afweet en dat we belangrijk voor hem zijn.
Ik denk dat het voor Maria niet anders is geweest.
Ook voor haar was het waardevol en zinvol te weten dat ze voor God belangrijk was, dat God aan haar dacht voor zijn project,
Maar zij voelde aan, zoals elke vrouw dit wellicht doet, dat als God ons uitkiest, ons leven gaat veranderen.
Maria was geen kind meer, zij was verloofd, zij droomde ervan moeder te worden.
Zij droomde van een rustig leven, met een echtgenoot en kinderen om te vertroetelen.
Zij droomde ervan op een dag grootmoeder te zijn, met veel kleinkinderen om zich heen.
Misschien droomde zij ook al van de wijze raad die ze aan haar schoondochters zou geven en ook over de babietjes die ze in haar armen zou houden.
Maar toen de engel haar aansprak, moest ze op alles zijn voorbereid.
Welke kant zou haar leven opgaan nu God haar voor zijn project had uitgekozen.

En het project dat God voor Maria had bedacht, is het op de wereld zetten van een koning. Niet zomaar een koning voor Israel, zoals David of Salomon, maar de Messias, de verwachte Koning, door de profeten aangekondigd om de schepping van God te vervolmaken. Het is eigenlijk gekkenwerk, dit project voor Maria, dat zij had kunnen weigeren. Zoals wij iedere keer de keus hebben als we voor een uitdaging staan.
Ze had kunnen zeggen dat ze er niet goed genoeg voor was.
Of dat ze een andere leven in gedachten had.
Of dat ze niet door de hele wereld uitgelachen wilde worden.
Voor een onbetekend jong meisje was dit project sowieso te groot en te onwerkelijk om op zich te nemen.

In elk geval heeft ze even tegengesputterd.
Het is niet te zwaar dat God iets aan haar vraagt, het moeilijke punt is de uitvoering ervan.
Omdat dat onmogelijk is!
Dat is wetenschappelijk bewezen!
Weet Gabriel dan niet hoe de dingen op aarde gaan?
Maria is maagd, heeft geen omgang gehad met een man; volgens de natuurwetten kan zij dus niet zwanger kan zijn, zelfs niet van een onbetekend klein babytje, laat staan van de Messias.
Op dat moment onthult de engel een aspect van God dat we nooit mogen vergeten: tegenover de uitdagingen waarvoor wij komen te staan, geeft God ons nieuwe mogelijkheden, zoals we die nooit hadden kunnen dromen.
Als God met ons werkt, opent hij afgesloten deuren. Hij opent zelfs deuren daar waar wij alleen muren zien.
Hij geeft ons moed als we ergens bang voor zijn.
Hij geeft ons kracht als we aan het eind van ons Latijn zijn.
Hij geeft ons inspiratie als we helemaal droog staan.
Hij geeft ons nieuwe hoop als we onze gewoontes niet willen veranderen.
Maar hij kan ook een nieuwe horizon openen als de toekomst, mathematisch en wetenschappelijk, dichtgetimmerd lijkt.
Elizabeth verwacht op hoge leeftijd een kind en Maria is in verwachting van de Messias terwijl ze nog nooit een man heeft gekend.
Maria is geen belangrijke persoonlijkheid uit een invloedrijke familie met veel ervaring. Toch kan zij meewerken aan het project van God omdat ze van de gebaande weg durft af te wijken. Zij gelooft dat God mogelijk kan maken dat wat haar onmogelijk lijkt.
En met de geboorte van Jezus begint het project van God – het installeren van een koninkrijk van vrede – vorm aan te nemen.
Het koninkrijk van God begint met een koning.
Maar daar blijft het niet bij.
Als het koninkrijk uit de verf wil komen in deze wereld, is daar meer voor nodig.
Er zijn onderdanen nodig.
Onderdanen die zich mee willen laten slepen en verder denken dan de menselijke mogelijkheden.

En misschien roept God jullie vandaag.
En jullie weten niet waarom!
Jullie weten dat hij van jullie houdt maar jullie hebben het nooit serieus genomen dat hij iets van jullie nodig heeft.
Misschien worden jullie zelfs al door zijn oproep van je stuk gebracht.
Als God een oproep doet die niet afschrikt, dan is het iets wat je al had bedacht.
Als je er wel van schrikt, wordt je met je grenzen geconfronteerd.
“Daar ben ik helemaal niet goed in, het dient nergens toe, er zijn teveel problemen. Menselijk gezien is het onmogelijk. Vraag het aan iemand anders”.
Maar misschien krijg je, ondanks alles, zin in de uitdaging omdat het je leven nieuwe richting kan geven. Een nieuwe, diepere zingeving. En dan is er maar een reactie mogelijk: je doet hetzelfde als Maria. Je geeft je geheel over aan God. Amen.