Mt 3, 13-17,            Jes 42, 1-11  Han 10, 34-38 Verbazingwekkend, dit eerste verhaal waarin Jezus optreedt, begint met onbegrip. Op het moment dat Jezus zich komt laten dopen, wil Johannes dit niet doen en zegt: “Ik zou door U gedoopt moeten worden, en dan komt U naar mij?”. Johannes voelt zichzelf niet waardig om de sandalen vast te maken van degene aan wie hij vooraf gaat, en hij begrijpt het verzoek van Jezus niet. Is het dan de bedoeling dat de Messias van Israel, die is gekomen om te oordelen, zich laat dopen en zich, als zondaaar, solidair verklaart met het hele volk? Nee, dat gaat er bij Johannes niet in. Zijn vraag komt ook overeen met de repliek van Petrus als Jezus zijn passie aankondigt: “ Nee, dat zal U niet overkomen”. Bijna het hele evangelie speelt zich af rondom deze 2 tegenstellingen in de omgang van God met de mensheid. Toch is Jezus naar de Jordaan afgedaald om zich door Johannes te laten dopen. Zo wijkt Jezus, heel bewust, meteen bij het begin van zijn openbare leven, al van de normale weg af. Hij komt ons een nieuw standpunt geven, onze aandacht verleggen. Door zich te laten dopen, erkent Jezus in Johannes niet alleen een mens van God, maar ook het Woord dat hem heeft opgeroepen tot bekering. Hij ontdekt in de woorden van Johannes een duidelijk goddelijke aktie. Jezus is aangespoord door dat wat hij heeft gehoord over het volk en hemzelf. In zijn neef erkent Jezus niet alleen iemand die mensen oproept hun levensweg te herzien maar ook iemand die als profeet geschiedenis schrijft. Johannes is in de ogen van Jezus zelfs een hoofdpersoon in deze geschiedenis. Kunnen jij en ik ook de plaats onderscheiden die Johannes inneemt in he hart van de geschiedenis die God met de mensheid wil weven? Ontvang ik het woord van Johannes ook als een profetie? Ervaren jullie de oproep tot herziening ook als goddelijke aansporing om een nieuw leven te beginnen? Het is vaak makkelijk om een persoon als profeet weg te zetten door te benadrukken dat hij/zij anders is dan ikzelf. Dat is makkelijker dan naar het woord te luisteren dat hij/zij in naam van de Ander uitspreekt. Jezus hoort bij Johannes een meer dan normaal krachtig woord. En ik, en jij? Door zich te laten dopen spreekt Jezus zich uit voor God terwijl hij ons menselijk bestaan aanneemt. Hij is solidair naar de Vader met de mensen die verlichting zoeken. Hij doet dit niet door de oproep van Johannes streng en veroordelend te onderstrepen met een dwingende blik naar anderen. Hij geeft zelf het voorbeeld dat de oproep van Johannes ook op hem slaat. Hij laat zien dat hij niet anders is als degenen die door zijn neef worden behandeld als “slangengebroed”. Hij begint zo sterk te lijken op, zoals de dichter het omschrijft: ”de oudere broer, waarmee je praat, die je aan de hand neemt. Als een vrouw die haar armen opent en je tranen droogt op moeilijke ochtenden”. Maar als Jezus broederschap en zusterschap met iedereen aangaat, wat betekent dat dan voor mij als ik hem erken? Als hij wordt wat ik ben, ben ik dan niet geroepen te worden wat hij is? Ontdek ik hier dat ook ik een kind van God ben, zoals jullie allemaal kinderen van God zijn? Ik ben dus van onschatbare waarde, mijn levensadem is oorspronkelijk goddelijk. Hoe kan ik dat vergeten? Door zich te laten dopen, aanvaardt Jezus de betekenis ervan, ook voor hemzelf. Hij begint zo gehoor te geven aan zijn roeping door het gezicht van een Vader te onthullen, die onvoorwaardelijk liefheeft. Hij woelt de cliches om en de vooronderstellingen die men over hem heeft. Hij wekt verbazing alom door Johannes te vragen hem te dopen. Voortaan zullen al zijn woorden en daden doorspekt zijn van onverwachte dingen, net als op die ochtend. Iedereen wilde dichter bij God komen door zich te laten dopen. En hier komt God zelf de afstand verminderen, haalt hem zelfs weg door zij Zoon naar ons toe te sturen. Toch blijf ik vandaag nog geloven dat ik op weg ben naar hem. En zie: degene op wie ik wacht, stelt zich op als ondergeschikte. Zijn eigen leerlingen zullen er nooit aan wennen, zoals we weten uit het verhaal van de voetwassing. Ben ik zelf bereid mijn heilige wil op te geven? En U, bereid om uw vooringenomenheden los te laten? Ongetwijfeld is dat een moeilijke,slecht begaanbare weg, want zelfs Jezus bad op het laatste moment “niet mijn, maar uw wil geschiede..” Enfin, Jezus is zijn zending begonnen, door zijn doop, om zich volledig mens te verklaren. En dat gebaar verandert alles. Ineens gaat de hemel open en vallen grenzen weg. God laat zichzelf op unieke manier kennen door te zeggen: “Dit is mijn geliefde zoon”. Ik zou er begrip voor hebben gehad als deze woorden tot Jezus waren gesproken voorafgaand aan zijn doop, om hem beter te onderscheiden van anderen en zijn bijzondere status te benadrukken. In tegendeel, ze worden tegen hem gesproken na zijn doop waarmee hij de gelijke van iedereen geworden was. Dus die woorden zijn gesproken tegen ons allemaal. Degene die deze woorden hoort, wordt werkelijk aangeraakt door de adem van de Heilige Geest. Dit is heel persoonlijk en op jou gericht. Laten we daarom proberen het nog een keer in onszelf te herhalen, in onze (binnen-)kamer: “ik ben zijn geliefde kind”. Dit wordt gezegd door degene die wij de bron noemen, degene waaraan we misschien twijfelen, maar die nooit aan ons twijfelt. Moeilijk om naar te luisteren, nietwaar? Misschien nog meer om het te aanvaarden? We verdienen het niet? Zo goed zijn we niet? Dat snap ik; het geldt voor ons allemaal. Maar hier is dat helemaal niet belangrijk. Dit soort woorden verdien je nooit, maar krijg je als cadeau. Moeilijk om te horen maar essentieel. Als er al een dubbelzinnig gebaar is waarmee God zijn verhouding tot de mensheid laat zien, dan is het wel de doop die Jezus ontvangt. Opdat iedereen echt kan leven, vanaf vandaag. Amen.