Gemeenschappelijk leven

Onze communiteit komt voort uit de monastieke traditie waar het leven als gemeenschap gefundeerd is in de eerste christelijke gemeenschap van de vroege Kerk, geboren uit Pinksteren.

Volgens de Handelingen der Apostelen:
Zij verdeelden hun goederen onder degenen die iets nodig hadden,

elke dag loofden zij God samen in de tempel,

braken het brood
en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde,

ze waren trouw en eensgezind.
(Handelingen 2,42-47 en 4,32)

«Omdat het één brood is zijn wij, hoewel met velen, één lichaam, want wij hebben allen deel aan dat ene brood.»
(1 Korinthiers 10,17)

Het leven als gemeenschap roept in de Kerk op om een zichtbaar teken van eenheid te zijn, zoals dit wordt uitgedrukt in de ikoon van de Triniteit. De liefde beweegt zich tussen de drie verschillende personen van de ENE God.

God is gemeenschap.
Hij is de liefde boven alle liefde die zichzelf aanbiedt, zich weggeeft, zich opent door een toewending naar de ander, die hem/haar ruimte laat.

Leven als gemeenschap is een parabel van gemeenschap leven met vreugde, eenvoud en barmhartigheid, als een dans die zich steeds verder beweegt naar …

Parabel van gemeenschap: de ikoon van de verzoende mensheid.

Ons leven als gemeenschap wil daarvan een teken zijn met al onze verscheidenheid, verenigd in de éne bron: de Opgestane Christus.

Dat herinneren wij ons in ons gebed iedere dag opnieuw:
«Heer, geef dat christenen blijk geven van de gemeenschap die in u is, dat zij allen één zijn, opdat de wereld zal geloven.»

Leven in gemeenschap: geen eenheid zonder pluralisme

Onze verscheidenheid beleven in eenheid en niet in verdeeldheid, om tot één lichaam te worden, met een gemeenschappelijk hart: het vraagt veel geduld, creativiteit en doorzettingsvermogen om verschillen te laten evolueren tot een elkaar aanvullen, een éénwording in liefde en waarheid, in de richting van een verzoende diversiteit naar het beeld van God.

«Rabbi, waarom zijn mensen zo verschillend?
Omdat zij allen naar het beeld van de enige God zijn geschapen.»

(wijsheid van een tsaddik)

Naar zijn aard is alle leven in gemeenschap toegewend naar God en de anderen. Dit kan bergen van onverschilligheid verzetten en mensen de tegenwoordigheid van Christus op unieke wijze doen ervaren.

Dit werkt als gist in het deeg.

Leven als gemeenschap heeft de kracht in zich ons te openen voor anderen.

Het is een roeping, het is gave en opgave, verantwoordelijkheid en eis.

Zonder een innerlijk leven, geworteld in het luisteren naar het Woord van God, is dit niet mogelijk. In de stilte van het gebed kan het Woord eigenliefde doen veranderen in een liefde die in de ander die anders is, een uniek persoon kan zien, het ruimte geven aan de ander, die ontvangen wordt als een gave en niet als tegenstander.

Onze roeping opent ons dagelijks voor de naaste en helpt ons om ons in te spannen steeds meer vrouwen te worden die open staan voor anderen en hen kunnen ontvangen.

Zo zijn geworteld zijn en ruimte geven onafscheidelijk verbonden.

«Hoe goed is het, hoe heerlijk als broeders en zusters bijeen te wonen».
(Psalm 133,1)

Het leven als gemeenschap komt tot stand dankzij onze verschillen en door het delen van de tekorten en zwakheden van ieder. Dit is de dagelijkse strijd om verbindend te leven.
God zelf is verbinding.

Wanneer ik het waag de verbinding aan te gaan accepteer ik mijn armoede en die van mijn zuster, onderling afhankelijk worden.

Durven zeggen: «Ik heb jou nodig» in plaats van «Ik red me wel alleen.»
Het leven als gemeenschap maakt de grenzen en de zwakheden van ieder duidelijk, het is de plaats, de ruimte waar ik mij open voor de ander, waar ik mij laat zien om mij te laten liefhebben en om lief te hebben.

«Je bent niet meer alleen. In alles ga je verder met je zusters.
Met hen ben je geroepen de gelijkenis van het gemeenschapsleven te verwerkelijken.»

«Je bent tot vrijheid geroepen.
Je verleden ligt bedolven in Christus’ hart, en voor je toekomst heeft God al gezorgd.»

(De kleine bron van Taizé, aangepast)

Leven als gemeenschap houdt in: de vruchten aannemen van het delen van onze gaven en zwakheden.

«Jij behoor tot hen die met weinig middelen en door samen te delen, een mooie menselijke hoop op aarde verwekken.»

(De kleine bron van Taizé)

«Gelukkig de gemeenschap waar grondeloze welwillendheid heerst: zo wordt Christus op onvergelijkbare wijze zichtbaar.»

(De kleine bron van Taizé)

Leven als gemeenschap: plaats van vergeving en van vieren.

Wat zou er van ons worden zonder de vergeving die ons voortdurend opnieuw op weg doet gaan?

Een weg waarlangs wij gaan «van begin tot begin, een eindeloos opnieuw beginnen» (Gregorius van Nyssa).

«Begrijpen jullie wat ik gedaan heb? Als ik je voeten gewassen heb, moet je ook elkaars voeten wassen.»
(Johannes 13,1-17)

«Zul je je laten uitdagen door liefde in haar onvoorwaardelijkheid:
vergeven tot zeventig maal zeven keer toe, dat wil zeggen altijd?»

(De kleine bron van Taizé)

«Kies nimmer partij in het schandaal van de verdeeldheid tussen christenen die zo gemakkelijk de liefde tot de naaste belijden maar verdeeld blijven. Zoek hartstochtelijk de eenheid van het Lichaam van Christus.»

                                                                                                (Regel van Taizé)

«Blijf in mijn liefde.»

(Johannes 15,9)

Bij onze professie vraagt de priorin ons:
«Wat wil je?»
De zuster antwoordt: «De barmhartigheid van God en de gemeenschap van mijn zusters.»

«Jij wilt je leven geven omwille van Christus en het evangelie:
weet dat je, zelfs in je eigen duisternis, met Hem voortgaat naar het licht.»

«Als je de barmhartigheid zou verliezen, heb je alles verloren.»

«Jij sticht met bijna niets verzoening in dat mysterie van gemeenschap dat de Kerk is.»

(De kleine bron van Taizé, aangepast)